Achttiende ontmoeting – ‘Persoonlijke groei is het doel van mijn leven’


Maarten van Zwieten in Amsterdam

Vijf jaar geleden ontmoette ik deze man omdat hij een boek wilde schrijven over het adoptiethema. Hij interviewde mij toen omdat ik negen jaar lang, tot 2013, met Adoptieclub Nederland nog een podium bood aan geadopteerden.

Maarten is afgestaan bij geboorte en ook in een adoptiegezin terechtgekomen. Later ging hij op zoek naar zijn biologische ouders, hij vond zijn biologische moeder in 1998, en ook een halfbroer en halfzus, en dat zijn echte vrienden geworden. Dat verleden draagt hij nog steeds met zich mee. Hij zegt: ‘een gat dat door niemand gevuld kan worden.’

‘Het thema De vriendschapsfamilie triggerde mij wel,’ zegt hij met een charmante glimlach. En vandaar dat we elkaar nu na jaren weer ontmoeten op de plek waar we ooit Maartens’ interview hadden.

Inmiddels zijn wij beiden ouder geworden, met hier en daar een grijze haar, een wat vollere omvang, maar de hartelijkheid is er nog steeds tussen ons.

‘Ontmoet je alleen mensen die geen familie hebben?’ vraagt hij nieuwsgierig.

‘Niet uitsluitend, ook mensen die geen band met hun familie ervaren en problemen met de familie hebben.’

Ik vraag hem hoe het voor hem is, wat familie nu voor hem betekent en vooral of vriendschappen als familie kunnen voelen.

‘Nou voor mij geldt, ik ben nu 53 jaar, dat bij mij veel verschillende periodes zijn geweest, hoe ik om ben gegaan met vriendschappen en hoe belangrijk dat voor mij was.’

‘En als ik daar op terugkijk dat het uitgangspunt van familieloos zijn, in elk geval biologisch dan, dat dit wel een bepaalde kwetsbaarheid in zich heeft, waardoor het verlangen om mensen dicht om je heen te hebben, groter is.’

‘Bij geadopteerden is vooral het in de buitenwereld zoeken wat ze intern missen, veel aan de hand. Het gat dat is geslagen. Het alleen zijn en de eenzaamheid.’

‘En voel jij dat ook Maarten?’

‘Jazeker, daarom leid ik het ook zo in.’

‘Tot begin middelbare school was ik best wel eenzaam, verlegen, en ook behoeftig om vrienden te hebben. Hunkerend is denk ik het goede woord, misschien ook wel een honger. Maar dat ik het tegelijkertijd zo ingewikkeld en eng vond, denk ik. En toen ben ik in een groep terechtgekomen, de populaire jongens, wat voelde als een soort warm bad, en ik hoorde ergens bij. Zeker in die jonge jaren, was dat heel belangrijk.’

‘Maar als ik nu een grote sprong maak naar jouw project, dan is nu die behoefte veel minder. Ik merk dat ik in mijn leven, kennelijk genoeg liefde, verbinding en vriendschap ervaar, en ook een veilige en comfortabele setting, dat als er moeilijke tijden zijn…’

‘Dat je wel een sociaal vangnet ervaart?’

‘Ja, precies, dat voel ik nu. En vandaar dat ik minder behoefte voel aan veel vrienden om mij heen.’

‘Van mijn 22e tot 35e of zo, heb ik een hele grote groep vrienden gehad, altijd wel een feestje en borrel, bijeenkomsten en uitgaan samen, een volle agenda en op een gegeven moment merkte ik dat dit niet was wat ik wilde.’

‘Waar had dat dan mee te maken?’ vraag ik.

‘Voornamelijk met de kwaliteit. Ik merkte in die groep dat er veel mensen naar de buitenwereld wilden uitstralen ‘kijk mij eens een groot sociaal leven hebben’, er zat een bepaalde onoprechtheid in, de illusie van sociaal rijk zijn, waar ik mij aan begon te ergeren. En toen ik dat voelde dacht ik: wat doe ik hier nu eigenlijk? En wat betekenen deze mensen nou eigenlijk voor mij? En toen heb ik openlijk en bewust afscheid genomen van die groep.’

‘En nu heb ik vier of vijf mensen in mijn leven die echte vrienden voor mij zijn. Gelijkwaardig, kwetsbaar kunnen zijn in vreugde en verdriet. Weten dat het veilig is bij hen. Als puntje bij paaltje komt dat je altijd een beroep op die mensen kunt doen.’

‘En hoe gaat dat bij jou?’ vraagt Maarten.

‘Mijn zoektocht naar nieuwe gezinsleden voor mijn vriendschapsfamilie, brengt mij bij veel mensen. Maar echt op eenzelfde golflengte zitten blijft lastig, merk ik. Mensen die ook iets in mij aanraken en in beweging zetten, wil ik graag tegenkomen. Mensen die mij uitdagen en prikkelen waardoor ik ook groei.’

‘Nou, ik zie veel mensen die vriendschap zien als gezelligheid en uitgaan, samen lachen, en ik denk niet dat wij dat ook zo zien,’ zegt hij.

‘Dat klopt. Ik wil wel dat het ergens over gaat ja. Dat we ons laten zien aan elkaar, in onze glorie en onze kwetsbaarheid. De definitie van vriendschap blijkt voor veel mensen verschillend te liggen. Voor mij gaat het om kwaliteit-tijd samen doorbrengen. Het heeft weinig met frequentie te maken.’

‘En hoe ziet dat er dan uit?’ vraagt hij.

‘Voor mij belangrijk dat je ook diepgaande gesprekken met elkaar kunt hebben. Dat je het ook over de kern van dingen kunt hebben. Dat je elkaar durft te spiegelen soms. Dat je kritisch kunt zijn maar ook ondersteunend bent. Aanmoedigend kunt zijn. Wat goed van je en mooi dat je dat doet, elkaar helpen. Dat zijn dingen die wat mij betreft nodig zijn om te groeien. Mijn hoofddrijfveren in het leven zijn immers groei en verbinding. Dus daar richt ik mijn leven op in.’

‘En wat zijn jouw drijfveren in het leven Maarten?’

‘Persoonlijke groei is het doel van mijn leven. Eigenlijk iets waar ik continu mee bezig ben.’

‘Terwijl heel veel mensen daar niet zo heel actief mee bezig zijn toch?’

Ik stel een vraag die enigszins het antwoord al in zich heeft.

‘Veel mensen zijn blij met de status quo, denk ik,’ zegt hij.

‘Zekerheid en rust staan vaak vooraan ja. Maar ook dat blijkt een illusie want zekerheid bestaat niet,’ voeg ik toe.

‘En als het gaat over verbinding, dat woord hoor ik zo vaak, dan is er iets in mij dat een beetje jeuk krijgt van het woord verbinding. En als ik naar mijzelf kijk, dan is de grootste verbinding die ik zoek, die met mijzelf. Voor mij is dat een continuproces van een deurtje dat opengaat, en dan kan ik de verbinding maken met mijzelf, met pijn, met verlangens of met het licht. En dan gaat het deurtje ook weer eens dicht, want ik vind het ook eng om daar te zijn en dan schiet ik weer in de patronen die mijn hele leven al zo bekend zijn. En ook nu tijdens dit gesprek denk ik: wat ben ik aan het doen, hoe waarachtig ben ik, misschien ben ik aan het voorspiegelen. Ik vind dat echt de opdracht van het leven. Een van de weinige dingen die interessant zijn in het leven.’

Ik beaam dat mensen fascinerend zijn. En ook het onderzoek naar je eigen innerlijke wereld en de belevingswereld van anderen gaat nooit vervelen. Ik heb er ook mijn missie van gemaakt nu.

‘Verbinding is voor mij mogelijk met de buitenwereld als ik verbinding met mijzelf heb. En dat is ook verbonden met onvoorwaardelijke liefde voor mijzelf voelen. Iets dat ik een jaar of zeven nu voel.’

Maarten vertelt over zijn vrouw die aangeeft dat ze zichzelf past leert kennen in de verbinding met een ander. Dat zij hem nodig heeft om zichzelf te leren kennen.

‘En daar ben ik het niet mee eens, dat roept een grote afhankelijkheid op van de ander, terwijl ik ook veel aan meditatie heb gedaan, in kloosters en retraites ben geweest, heerlijk in stilte zijn en geen verbaal contact met mensen, en dan te kijken wat gebeurt er nou allemaal, wat ben ik eigenlijk. Ik heb het idee dat dit momenten zijn geweest die een veel diepere verbinding gaven, dan de verbinding met een ander.’

‘Als ik alleen ben ga ik ook op zelfonderzoek uit, mediteer ik, lees en schrijf ik veel, laat ik de stilte op mij inwerken, doe ik ook niets en ben gewoon. En dat is heel erg fijn qua verbinding met mijzelf. Alleen in de interactie met anderen, voel ik wel dat het ook goed is om soms tegen mensen aan te schuren, omdat ik daardoor mijn grenzen voel en soms nieuwe inzichten vind. En dan stel ik mijzelf ook de vraag, word ik blij van dit contact, voegt dit iets toe en wat roept die ander bij mij op.’

‘En wat roep ik bij jou op?’ vraagt hij plots.

‘Zachtheid, zelfreflectief, soms bedachtzaam, weloverwogen dingen willen doen.’

‘Dat is een beschrijving van hoe ik op jou overkom.’

‘Maar de vraag is wat ik met jou doe?’ vervolgt hij doortastend.

‘Ik voel mij heel prettig bij jou, relaxt.’

‘Leuk hé dit, vind je het spannend Miranda?’

‘Nee, ik vond je vijf jaar geleden ook een sympathieke man met een nieuwsgierige geest en iemand die goed kijkt en voelt. Heel fijn. Je maakt echt contact.’

‘We zijn nu op een ander niveau van contact gekomen, ik voel het in mijn buik,’ zegt hij.

We lachen en ik zeg dat ik dat mooi vind.

Ik vraag of zijn boek er is gekomen vijf jaar geleden.

‘Ik heb zoveel bewondering voor mensen als jij die doorzetten. Ik heb toen zes weken op Balie geschreven. En ik heb in Duitsland een maand geschreven, dus ik heb wel ruimte gemaakt en ben alleen met schrijven bezig geweest, maar het is nog niet gelukt een samenhangend geheel te schrijven, wat is wat ik wil. Dus ik zit kennelijk nog in een proces van wat wil ik nou eigenlijk schrijven. Ik heb ontdekt dat als ik mij openstel best mooi kan verwoorden, maar dat er ook vervuiling op de loer ligt als de kritische ouder in mij zegt hoe goed ik het moet doen. En wat de kwaliteit van het boek moet zijn. En wat mensen wel niet zullen denken als ze dit en dat lezen. En dat werkt bij mij belemmerend waardoor het een onafgemaakt project is.’

‘Dus als je het hebt over vriendschap en jouw wens naar nieuwe mensen en de manier zoals jij er nu mee omgaat is dat jij het verlangen erkent om mensen om je heen te willen hebben die dichtbij jou staan. Het grappige is dat het woord familie natuurlijk bij ons geadopteerden meteen iets oproept maar dat er veel mensen worstelen met familie. En het woord vriendschap en familie horen wat mij betreft ook niet bij elkaar. Vriendschap kan soms een diepere verbinding geven dan familie.’

‘Dat is waar. Maar waar ik op doel is dat vrienden als familie kunnen gaan voelen. De rol van de afwezige familie enigszins overnemen. Maar tijdens al deze gesprekken wordt duidelijk dat je niet weet wat er gebeurt. Elk mens heeft zijn associatie met verbinding, vriendschap en familie en er is geen garantie dat dit op elkaar aansluit. Er zijn ook veel verschillende ontwikkelingsniveaus bij mensen en soms ligt dat te ver uit elkaar om elkaar aan te voelen.’

‘Maar het lijkt alsof die vrienden dan iets moeten opvullen wat je niet hebt, familie dus,’ zegt hij.

‘Nou het woord opvullen klopt wat mij betreft niet. Want in het alleen-zijn en de stilte geniet ik enorm. En er hoeft niets opgevuld te worden want mijn hart is vol. Wel heb ik behoefte aan kwalitatieve interactie met mensen, waar ik het gevoel bij heb dat we elkaar wat brengen en bij elkaar horen. En op het moment dat het niet goed met mij gaat en ik hulp nodig heb, dat ik voel en weet dat er lieve mensen zijn die er voor mij willen en kunnen zijn.’

‘Maar vriendschap kan soms ook uit een onverwachte hoek komen toch?’

‘Ja, dat geloof ik zeker. En daar sta ik ook voor open. Maar dit belangrijke thema wil ik ook heel eerlijk en open onder de aandacht brengen. En mijn vorm is dan vaak er een project van maken. Zodat het velen wat kan brengen.’

‘Ben jij een lichamelijk mens?’ vraagt hij.

‘Jazeker ben ik dat.’

‘Hoe zou dat in vriendschap dan tot uiting moeten komen?’

‘Een omhelzing, een warme knuffel, op het moment dat het even moeilijk is dat we elkaars hand vastpakken.’

‘Stel dat je een nieuwe geliefde zou krijgen, zou het belang van vriendschap dan anders worden voor jou?’

‘Nee, want het heeft altijd naast elkaar bestaan bij mij. Je agenda ziet er dan natuurlijk wel iets anders uit, dus je tijd wordt anders ingedeeld. Ik spreek veel mensen en die zeggen dan dat vriendschappen makkelijker lopen en belangrijk zijn omdat de liefdesrelatie vaak voorbij gaat en vriendschappen langer duren. Maar zo voel ik dat niet. Het ene is geen vervanging voor het andere.’

‘Ik merk zelf omdat ik een intieme en vervullende relatie heb, dat mijn behoefte aan vriendschap minder is.’

‘Dat begrijp ik. Indien je je zielenroerselen kunt delen met een partner kan dat heel vervullend zijn.’

‘Maar mijn intentie en opzet zijn zuiver gericht op vriendschap, en ik heb het ook meegemaakt dat enthousiaste mensen zich meldden en plots weer afhaakten zodra ze een relatie hadden omdat de tijd en energie daar dan volledig naartoe ging. En dan zet ik vraagtekens bij de werkelijke intentie.’

We komen aan het einde van de middag en Maarten vraagt of ik nog specifieke vragen voor hem heb.

‘Nou omdat jij ook geadopteerd bent, vroeg ik mij af, dat gat dat geslagen is op het moment dat je afgestaan bent, de scheur in je ziel die toen ontstond, is dat nog steeds zo voor jou?’

‘Nou het leeft in mij wel minder, maar ik werk als therapeut natuurlijk met mensen die geadopteerd zijn, en ik denk dat dit niet te helen is. Wat ik dan doe met dat gat, is het liefdevol omarmen en het een plek geven.’

‘Ik denk niet dat je het moet negeren, maar geloof je niet dat je het met je eigen volheid kunt vullen, dat gat?’ vraag ik.

‘Dat is mooi gezegd. Maar er komen mensen bij mij die hulp zoeken en denken dat het weggaat.’

‘Het hoeft niet weg te gaan. Het is vooral omarmen en accepteren dat het gebeurd is en het opnemen in je levensloop, dan gaat het ook anders voelen.’

‘Ja, die groei is alleen mogelijk als er bewustzijn is en acceptatie,’ zegt hij.

In mijn debuutboek heb ik op de laatste bladzijde een spreuk van Jean Paul Sartre geplaatst.

“Vrijheid is wat je doet met wat je is overkomen of aangedaan”.

En je kunt het pijnlijke zelfs transformeren waardoor je een missie of roeping vindt, om anderen bij te staan om daar te komen.

Ik denk dat we daarin erg op elkaar lijken, het is voor Maarten en voor mij een missie geworden om anderen bij te staan.

Met die prachtige intentie komt onze inspirerende middag tot een blij einde.

Advertenties

Dankjewel voor je waardevolle reactie. Deze wordt gescreend vóór publicatie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s