22e ontmoeting – ‘Boeken dat waren mijn vrienden’


Odile’s weergave:

Dankzij facebook heb ik Miranda leren kennen als een ondernemende vrouw die familieloos is en met een vriendschapsproject bezig is. Omdat ik initiatieven die de eenzaamheid verhelpen een warm hart toedraag, stemde ik toe deel te nemen aan haar project. Helaas lukte het niet om af te spreken en werd het een Skype-gesprek. Helaas, omdat lijfelijk tegenover elkaar staan vaak persoonlijker en intiemer is dan een gesprek via Skype.

Miranda blijkt een vlotte vrouw te zijn met een timbre in de stem, zo’n klinkende diepe stem. Ze vraagt me naar mijn ouders, een vraag waar ik niet op voorbereid ben, omdat ik mezelf al een tijdje niet definieer naar mijn ouders. Ik ervaar zelf een grote afstand tussen mij en mijn ouders, doordat ze getekend zijn door het verleden als oorlogskind en ik me heb gevonden in boeken, zowel in lezen als schrijven en kunst. Als studente zonder geld had ik de gewoonte kunstenaars uit te nodigen om bij me te eten en nu heb ik geen moeite om met kunstenaars te spreken over kunst. Miranda en ik trekken de conclusie dat als je als kind op jezelf bent teruggeworpen, je een rijke innerlijke wereld ontwikkelt en daar vanuit gemakkelijker over kunst en creativiteit kunt praten. Je ontwikkelt als het ware een eigen beeldtaal. Ik opperde dat ik in boeken echt contact vind, die je in gesprekken zo niet kunt hebben. In boeken kun je dieper nadenken over een onderwerp. Als voorbeeld gaf ik rechtvaardigheid in ‘het bestel’ van Plato dat ik nu aan het lezen ben met mijn filosofieclub. Plato gaat diepgaand in op het onderwerp rechtvaardigheid, dieper dan meestal in een gesprek aan de orde komen kan. Achteraf bedenk ik dat hij dat doet in gespreksvorm en dat dit als voorbeeld van een Socratische werkwijze gesteld is, wat mijn argument een beetje teniet doet, evenals mijn deelname aan een filosofieclub omdat ik daar zo wakker van word. Gesprekken hebben dus voordelen boven boeken.

We spreken over welke boeken we nu zoal lezen.  Miranda zegt dat ze Griet op de Beek graag leest omdat het haar emotioneel beroert. Helaas heb ik nog niets van haar gelezen, dus ik kan daar niets zinnigs over zeggen. Ik zeg dat ik Connie Palmen lees en dat ik gefascineerd ben door het onderwerp intelligente vrouw die afstoot. Afstoot? Ja, mogelijk omdat mannen vaak jong leren zich achter een façade te verbergen en hun emoties niet kenbaar te maken. Een intelligente vrouw zou dat weleens kunnen doorprikken en de beschermlaag eraf halen. Miranda toont me een gelegenheidsuitgave van ‘de wetten’. Die heb ik nog niet gelezen maar ben ik van plan te lezen. Het idee dat de vrouwelijke hoofdpersoon zich ontwikkelt door de mannen die ze ontmoet vind ik een interessant boekgegeven waar ik misschien iets mee ga doen en ik spreek niet uit wat ik in een flits denk, dat het raakt aan het vriendschapsproject en hoe mensen die je tegenkomt je verder laten ontwikkelen.

Hoe kan het dat na één ontmoeting, zoals het gesprek van het vriendschapsproject geen navolging krijgt, oppert Miranda. Ik denk even na en zeg dan wat ik zoal in mijn eigen leven heb geleerd, dat vriendschap tussen mensen vooral op een natuurlijke manier groeit door aan iets gemeenschappelijks te werken, dat het dan natuurlijk en geleidelijk tot stand komt. Miranda zegt dat er een click moet zijn, dat je dat ook natuurlijk voelt of niet. Ik moet daarover nadenken. Ik heb dat wel eerder gehoord en erover nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat ik heb geleerd om die click te maken. Zo had ik eerst veel moeite, wachtend langs het schoolplein en een praatje aanknopend, omdat de gesprekken vooral gingen over wat er ’s avonds gegeten zou worden en waar men op vakantie zou gaan. Twee onderwerpen waar ik niet graag over praat. Een gesprek over onderwijskwaliteit liep al gauw spaak. Ik heb geleerd om mijn verwachtingen bij te stellen wat dat betreft. Nu maak ik op een andere manier praatjes en voel me daar een stuk beter bij. Toch merk ik dat ik bij de filosofieclub het meest wakker word, alsof ik de rest van de tijd in een sluimertoestand verkeer.

Ik heb ook een groot gezin met vijf kinderen en een man, waardoor ik een vol sociaal leven heb. Toch probeer ik open te staan voor nieuwe mensen. Mijn gemeenschap waar ik aan bouw is mijn Facebookgemeenschap met veel schrijvers, dichters en wat kunstenaars. In de straat hier in mijn dorp ben ik onlangs naar een lezing geweest over kunst en heb daar kunstenaars ontmoet en het contact gaat verder op Facebook met discussies. Ik vind het fijn als uitgangspunten verschillen maar als er een uitwisseling tot stand komt en uiteindelijk een soort van vriendschap of samenwerking met een resultaat.

Ook ben ik lid van een klein besloten forum waar ik lief en leed deel waar ik dagelijks mee bezig ben. Na een tijdje ontmoet ik deze mensen ook, bij prijsuitreikingen, meetings of schrijfdagen. Online vriendschappen zijn even waardevol als mensen in je directe omgeving, blijkt ook als je elkaar ontmoet en je inderdaad de connectie voelt die je online ook voelt.

Het is niet moeilijk om mensen te leren kennen. Volgens de theorie die ik bestudeerd heb tijdens mijn studie psychologie, zijn de meest stabiele vriendschapsrelaties relaties waarbij je dingen gemeenschappelijk deelt of juist dingen waar je elkaar aanvult en de ander compenseert voor iets dat je zelf nog moet ontwikkelen. Daaruit heb ik afgeleid dat ik om vriendschappen aan te gaan het beste dit rond een interesse kan ontwikkelen. Door samen ergens aan te werken en door anderen te helpen. Dit is ook wat op een natuurlijke manier ontstaan is. Door het schrijven heb ik een uitgebreid sociaal netwerk om me heen en ik help regelmatig anderen met allerlei aspecten van schrijven, van tips tot feedback en mensen met elkaar in contact brengen. Tot nu toe heeft dit geleid tot heel veel verschillende soorten samenwerking die ik deel op mijn blog: boeken, theater, voorwoord, coaching… Te veel om op te noemen.

Miranda’s weergave:

Ze leeft veelal in een wereld van taal, schrijft veel, is uitgesproken en denkt dieper na over het leven. Voor mij een reden om het gesprek met haar aan te gaan. Natuurlijk schuilt er achter onze profielen op het internet altijd een levensecht verhaal, waar ik tijdens mijn ontmoetingen met mensen graag een beetje achter kom door diepgravende vragen te stellen.

We hebben afgesproken dat we beiden een stukje schrijven over deze ontmoeting, om te laten zien welk perspectief elk mens heeft en met welke ogen we kijken naar een ander en wat we dan opmerken. Bovendien kan Odile dan haar schrijvershart ook laten spreken.

Mijn eerste vraag is gericht op haar eigen levensgeschiedenis, en uit wat voor familie ze komt.

‘Mijn familie had aan beide kanten, zeg maar, niet kunnen leven als Hitler had gewonnen.’

Dat komt nogal binnen, dat haar familie een verzetsachtergrond heeft en de catastrofale impact van de oorlog is nog voelbaar door haar woorden.

‘Zowel mijn opa en oma van Nederlandse kant als de Franse kant hebben allemaal ondergedoken gezeten. Mijn ouders, die al lang niet meer samenzijn, zijn oorlogskinderen en hebben een behoorlijke knauw door de oorlog opgelopen. Mijn vader woont in Frankrijk. Ik mis hem vaak.’

‘Dus dan heb je ook met getraumatiseerde ouders te maken gehad. Hoe was dat voor jou als kind?’

‘Ja dat had zeker impact. Er werd niet over emoties gepraat. Mijn vader had Post Traumatische Stress Stoornis maar dan onbehandeld en had een kort lontje en had ook flashbacks.’

‘Dat moet voor jou dan als kind ook erg onveilig zijn geweest?’

‘Ja, ik vluchtte in lezen en huiswerk maken.’

‘En hoe hielp jou dat, het lezen en studeren?’

‘Nou ik had een patroon van hoge en lage cijfers. Als het slecht met mijn vader ging dan had ik lage cijfers en als het beter met hem ging waren ze hoger.’

‘Dat moet ook stressvol voor jou zijn geweest?’

‘Dat klopt wel. Maar ik had al heel vroeg de stelling van: óf ik ben gek óf de rest is gek. En ik koos voor het laatste.’

‘Dus jij dacht als ik slimmer wordt dan de rest, dan kan ik overleven of zo?’

‘Ja, ik vond eigenlijk vriendschappen in de vorm van boeken, dat waren mijn vrienden.’

‘Die zeiden natuurlijk ook helemaal niets terug, die boeken.’

‘Nee, ook niets gevaarlijks,’ zegt ze.

‘Dus dat is dan ook de reden waarom lezen en schrijven zo groot voor jou is geworden, het was al vroeg een overlevingsstrategie voor jou.’

Ze knikt.

Ik vraag haar of het dat nog steeds is, in haar volwassen leven.

‘Nou het geeft ook een bepaald plezier om boeken te lezen en het is een diepgaande manier om met mensen om te gaan, vind ik. Mensen geven zichzelf meer bloot in een boek dan dat ze vaak in gesprekken doen.’

‘Is dat iets wat jij weet of is dat een aanname? Want ik ken ook mensen die zichzelf in het dagelijks leven ook echt laten zien en ook openhartig durven te zijn. Maar in boeken kun je nog gedetailleerder zijn over dingen wellicht?’

‘Dat is ook wat mij aantrekt in boeken, want in een gesprek kun je niet zo lang nadenken over iets, bij een boek schrijven kun je verder gaan nog.’

‘Kun je een voorbeeld geven wat je daarmee bedoelt?’

‘Nou ik ben nu Plato aan het lezen, en ik vind het fascinerend dat je een boekje kunt lezen, dat meer dan 2000 jaar geleden is geschreven, en daarin wordt helemaal uitgeplozen wat het nut van rechtvaardigheid is in de maatschappij. En dat is bijzonder actueel op dit moment. En hoe stimuleer je een grotere rechtvaardigheid waardoor veel huidige conflicten zich zullen oplossen.’

Ik vraag haar wat er opgelost zou worden als er meer rechtvaardigheid in de wereld zou zijn.

‘Ten eerste zonder rechtvaardigheid is er geen discussie mogelijk. Ik heb het dan over een vruchtbare discussie.’

‘Want wat is dan een vruchtbare discussie voor jou?’

‘Dat je toewerkt naar een win-win situatie. Dat je concessies doet maar dat je ook welwillend bent om tot een oplossing te komen.’

Ik ga even terug naar het onderwerp vriendschap. Een boek kun je oppakken wanneer je er zin in hebt. Maar in de interactie met andere mensen moet je vaak meteen reageren. Net zoals nu dat ik vragen stel, en jij er even over kunt nadenken. Is dat dan lastiger voor jou?

‘Het is anders vind ik. Ik zit daarom ook in een filosofieclub, omdat je dan ook over andere onderwerpen kunt spreken, dan in een gewoon gesprek vaak.’

Dat maakt me nieuwsgierig. Ik vraag haar wat er dan in een gewoon gesprek aan de orde komt.

Ze geeft aan dat in een gewoon gesprek het gaat over dagelijkse dingen.

‘Maar daar heb ik het nu niet over toch?’ mijn ondeugende glimlach is zichtbaar.

‘Nee, inderdaad dus het is al een beetje een filosofisch gesprek,’ lacht ze.

‘Dat is interessant natuurlijk, want ik heb al veel mensen gesproken, en er zijn ook veel belevingen over wat zijn nou diepgaande vragen voor mensen, wat houdt mensen bezig, en daarin zijn veel verschillen te ervaren.’

‘Is dat bij jou ook Odile als je mensen ontmoet, dat je grote verschillen ervaart hoe ze in het leven staan en waar ze over nadenken?’

‘Jazeker, maar daar heb je altijd ook zelf invloed op.’

‘Op welke manier zou je daar zelf invloed op kunnen hebben?’

‘Door de vragen die je stelt en door de antwoorden die je geeft. Je kunt erg veel antwoorden geven, er zijn veel mogelijkheden,’ zegt ze.

‘En welke vragen krijg jij graag gesteld als je in gesprek gaat met mensen?, vraag ik haar.

‘Nou zo’n beetje alles wat met schrijven te maken heeft. Ik ben wel een beetje schrijfgek.’

Ik vraag haar bewust wat dit vriendschapsproject in eerste instantie bij haar opriep.

‘Ik dacht wat een goede oplossing voor het eenzaamheidsvraagstuk. Ik zag het als een mooie maatschappelijke beweging.’

‘Denk je dat isolement en eenzaamheid op deze manier is aan te pakken?’

‘Ja, ik denk zelfs ook dat het raakt aan verbroedering tussen mensen. Dat we niet meer alleen aan families denken maar ook meer verbroederen.’

‘Als in samen een community bouwen of een kring bouwen?’

‘Ja, ik ben zelf een community mens. Mijn facebookpagina is mijn community. En via schrijven online doe ik de wekelijkse opdracht en ik probeer ook mensen met elkaar in contact te brengen en mensen te ontmoeten, dingen uit te wisselen en ze verder te helpen.’

‘En wat doen deze mensen voor jou, want dat is een actie van jou uit, zoals dit project bijvoorbeeld ook een actie van mij uit is, maar zijn er mensen die jou ook dingen brengen?’

‘Mensen lezen mijn verhalen en verbeteren ze. We hebben discussies over bijvoorbeeld focalisatie, wat is dat, ze brengen mij in contact met anderen, ze vragen mij als jurylid, ze vragen mij om raad over hun verhalen. Ik zie ze bij prijsuitreikingen, of ze geven mij tips, het is echt een wisselwerking.’

We komen op het thema: ‘de intelligente vrouw die je afstoot’.

‘Dat mannen dat zo moeilijk vinden, om naast zich te hebben of in hun omgeving te hebben.’

‘Waarom denk je dat dit zo is?’ vraag ik.

‘Ik denk toch dat het een bedreiging is en een onvoorspelbaarheid. Van een intelligente vrouw weet je niet wat ze gaat zeggen.’

‘Van een wellicht minder intelligent mens weet je ook niet wat die gaat zeggen,’ lach ik.

‘Ja, die zijn misschien nog wispelturiger,’ zegt ze.

Ik zeg dat mannen natuurlijk qua biologie en breinstructuur anders werken dan vrouwen. En ook hun culturele rol in onze maatschappij is anders. Odile haakt daar op in.

‘Mannen leren vaak aan om zichzelf niet te laten zien. Als overlevingsstrategie.’

‘Is dat zo? vraag ik nieuwsgierig.

‘Ja, achter een soort façade zich verstoppen en dan komt er een intelligente vrouw en die haalt die façade weg en dat is gevaarlijk.’

‘Dat kan. Ik denk dat dit voor veel mensen geldt die het lastig vinden om zichzelf te laten zien. Zeker als je mensen tegenkomt die daar doorheen prikken. Die dat snel merken en zien, die muur.’

Ik vraag haar indien ze geen familie had gehad, hoe zij dan haar behoefte om bij een community te horen had aangepakt.

‘Ik denk dat ik een nieuwe groep was gaan zoeken. En sterker nog, ik had het gevoel dat ik met mijn moeder niet echt zoveel had, omdat zij een teruggetrokken persoon is, en ik ben mij dus bij een toneelgroep gaan aanmelden. Maar altijd als een soort van buitenstaander rol. Ik hield altijd een soort van reserve.’

‘Heb je enig idee waarom je dat deed?’

‘Misschien omdat ik juist meer een denker ben en minder een prater.’

Ik vertel dat ik natuurlijk actie onderneem met dit project om een nieuwe vriendschapsfamilie te bouwen, maar dat het helemaal niet eenvoudig is om werkelijk een echte klik te maken.

Odile zegt dat ze verschillen juist ook interessant vindt.

Ze vertelt dat er twee soorten duurzame relaties zijn: die gebaseerd op gemeenschappelijkheden in karakter en interesses of die complementair zijn waarin je elkaar aanvult en de ander dingen kunt leren.

‘Ik vind het fantastisch als ik aan het denken en voelen wordt gezet, als ik door de interactie met een ander kan groeien en leren. Dat is een basisbehoefte voor mij in het contact met anderen. Ik merk dat ik in die behoefte vrij alleen sta.’

‘Nou ik onderneem allerlei activiteiten en dan merk ik dat de band groeit,’ zegt ze.

‘Als je een hobby hebt of een sterke passie voor iets, dan kun je je daar als mensen zeker in vinden. Maar dat betekent nog niet dat je als mens werkelijk diepgaand contact met elkaar maakt, dat je je emotioneel en intellectueel verbonden voelt. Je hebt een gemeenschappelijke passie maar wie jij van binnen bent, hoef je in feite nog niet te laten zien,’ geef ik aan.

Ter afsluiting vertel ik dat ik persoonlijk graag met mensen ben die mij zien in wie ik ben en ook de oorsprong daarvan begrijpen. Dus ik ben veel minder gericht op activiteiten. Ik vind het fijn als het contact diep gaat, dat boeit en voedt mij dan zodat een verder contact zich ook vanzelf en natuurlijk ontwikkelt. Maar voor iedereen ligt dat uiteraard persoonlijk!

 

 

 

Advertenties

Dankjewel voor je waardevolle reactie. Deze wordt gescreend vóór publicatie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s