23e ontmoeting – ‘Familie, mensen die je in de steek laten’


Jessie en Wil

‘Never a dull moment’, dat komt bij mij bovendrijven als ik kijk en luister naar deze twee vrouwen die ik vandaag ontmoet in hun huis in Soesterberg. Ze zijn sinds een aantal jaren getrouwd met elkaar, ervaren elkaar als grote liefde en hebben veel meegemaakt in hun leven en ook nu zijn er grote uitdagingen op het gebied van hun gezondheid, kanker en een beroerte trof hen. De liefde voor elkaar geeft hen kracht en hoop. Ze hebben vier jaar in Spanje gewoond, omdat het een grote droom was maar zijn teruggekeerd naar Nederland omdat familie en vrienden werden gemist en de bereikbaarheid naar Nederland in de winter weg was en dat voelde benauwd op zo’n eiland.

Jessie zit tegenover mij en ik vraag haar uit wat voor nest zij komt en hoe familie voor haar voelt.

‘Dat betekent voor mij aliensgevoel, familie en ik dat hoort geloof ik niet bij elkaar, omdat we zo anders zijn, en nu ik ouder ben snap ik ook wel dat ze mij niet begrijpen en ik hen niet. Zoals zij leven en de dingen doen, dat hoort niet bij mij.’

‘Was dat al vroeg voor jou zo?’

‘Ja toen mijn moeder ernstig ziek was en mijn vader met de kinderen zat, toen wilde een tante wel een beetje oppassen maar die moest er geld voor hebben. En mijn ouders hadden geen geld.’

‘Dus mijn gevoel over familie is ook, mensen die je in de steek laten. Dat is mijn ervaring. En dan werd ik weer uit huis geplaatst, en dan kwam ik weer bij een pleeggezin.’

‘En hoe vaak is dat gebeurd dat je bij een pleeggezin kwam?’

‘Nou toch wel vaak, zeker tien keer. Als mijn moeder in het ziekenhuis lag, ze was psychiatrisch patiënt, kon mijn vader gewoon niet voor mij zorgen. En mijn broertje was een jongen, en mijn oma en tante waren gek op een jongen en hij is door hen altijd opgevangen.’

‘En mijn moeder zei dan: dit kind is van mij, daar komt niemand aan. En als mijn vader mij een aai over mijn bol gaf, ging mijn moeder gillen. Dan moest ik naar mijn kamer.’

Dat zijn behoorlijk tegenstrijdige signalen voor een kind lijkt me. Ook verwarrend. Verwaarlozing en extreem claimgedrag tegelijkertijd. Ik vraag haar wat voor uitwerking dat op haar heeft gehad.

‘Het bleek dat mijn vader zijn problemen wegdronk en mijn moeder dus psychiatrisch patiënt was. Allemaal drama’s waar niemand wat aan kan doen.’

‘Dat begrijp ik,’ zeg ik. ‘Mensen handelen overeenkomstig hun mogelijkheden en deze mensen waren zelf beschadigd.’

‘Hoe ging jij daarmee om Jessie?’

‘Ik schopte iedereen weg. We kregen in het begin gezinszorg en de eerste die kwam was heel lief voor mij, en ik dacht, eindelijk iemand die lief is, maar na een paar weken moesten ze weer weg want ze mochten zich niet binden aan een gezin, dus toen kwam nummer twee en daar was ik al wantrouwiger mee, en die ging ook weer weg, en de derde ging ik letterlijk schoppen tegen haar schenen met als gevolg dat ik geen lief kind meer was. Ik dacht ik trap nu alvast want je gaat toch weer weg. Dus ik ben gaan trappen en niet meer gaan hechten.’

Ik vraag haar of dat wel veranderd is bij haar.

‘Ja ik had rond mijn zeventiende dat ik helemaal niets meer kon voelen en ik kon niet meer huilen. Ik was helemaal afgesneden en afgestompt. Toen wilde ik niet meer leven. En toen ben ik in een hele goede therapie terechtgekomen, en daar heb ik eigenlijk geleerd wie ik ben.’

Hoe ging dat dan met vriendschappen maken?, vraag ik haar.

‘Nou dat was pas rond mijn 25e dat ik begon te ontdooien en mensen begon te vertrouwen. En toen kreeg ik ook mijn eerste relatie met een hele lieve vrouw, die was zo te vertrouwen, dat is nog steeds mijn beste maatje, en door haar heb ik geleerd wat vriendschappen inhouden.’

Ik kan me voorstellen als dat zo enorm lang afwezig was in je leven, dat je daar dan ook mee moet oefenen in verbinden, hechten en vertrouwen bouwen. Ik vraag haar welke uitwerking dat had.

‘Ja het heeft nog steeds af en toe valkuilen. Ik wil heel graag zorgen voor mijn vrienden, en daar ga ik soms heel ver in. Dat zorgen voor zit wel in mijn genen. Want mijn vader is ook een hele zorgzame man, als het er op aankomt.’

Ik zeg dat zij dan wel de gever is. Dat je dan minder kwetsbaar bent en niet hoeft te vragen.

‘Ja, daarom was het ook zo’n hard gelag toen ik mijn tweede beroerte kreeg, dat ik opeens compleet afhankelijk was van mensen.’

‘Dat lijkt mij inderdaad een hele grote stap dan voor jou. Opeens ben je overgeleverd aan de goedheid van een ander.’

Ze vertelt dat het goed is afgelopen want vrienden zijn gewoon in huis gekomen, hebben alles draaiende gehouden. Dat was voor haar ook een moment waarop ze dacht, nou oké, dit is er aan de hand, ik ben mijn werk kwijt, mijzelf ben ik kwijt, maar dit zijn wel mijn vrienden en dat zijn ze nog steeds.

‘Dus op het thema familie blijft nog wel een lading zitten?’ vraag ik.

Jessie geeft aan dat ze met haar vrouw Wil het wel eens heeft over dat ze eigenlijk hun eigen familie hebben gecreëerd.

Ik vertel hen over alle ontmoetingen en gesprekken en dat like-minded en like-hearted tegenkomen niet voor de hand ligt. Zeker omdat ik kijk naar het innerlijk van iemand, de levensvisie en naar welke waarden iemand leeft en op welk punt iemand in zijn ontwikkeling staat. Gezelligheid kan ik met iedereen delen, werkelijk groeien en leren met elkaar niet.

Jessie zegt dat ze zeker weet dat je een eigen familie kunt bouwen maar dat er ook een aantal mitsen en maren aanzitten. Ik zeg dat ik het interessant vind om daar eens wat meer over te horen.

‘Wat de voorwaarde is om dat te kunnen creëren, dat het mensen zijn die weten wie ze zijn. Waarbij je geen gaten hoeft te vullen. Waarbij je op gelijkwaardig niveau met elkaar kunt omgaan, want anders wordt de een moeder en de ander het kind, er blijft dus een gelijkwaardige relatie bestaan ook op momenten van kwetsbaarheid.’

Spelenderwijs komen wij op onze persoonlijke definitie van brengen en halen en geven en ontvangen.

‘Ik vind dat een hele belangrijke in de vorm van liefde. En ook in vertrouwen. En niet in de vorm van ik doe dit voor jou dus dan doe jij dat voor mij.’

‘Dat is inderdaad een hele voorwaardelijke manier van met mensen omgaan,’ zeg ik.

‘En loslaten, dat vind ik een van de moeilijkste dingen, dat je ontzettend van iemand houdt, en dat je merkt dat je allebei een andere kant aan het uitgroeien bent. En dan is niemand fout, alleen je begrijpt elkaar niet meer zo goed.’

‘Heb je dat meegemaakt met mensen in je omgeving?’

Jessie vertelt dat ze dat regelmatig heeft meegemaakt. Ze maakt dat dan wel bespreekbaar. Ze is daar bij een aantal mensen heel eerlijk over geweest. Maar er zijn ook mensen bij wie ze het gewoon loslaat. Het hangt een beetje af van de situatie.

Als we het hebben over familiegevoel dan betekent dat dat er mensen zijn die als familie gaan voelen. Dat je er voor elkaar bent. Je hoeft elkaar niet veel te zien, maar dat je weet en voelt, dat je meeleeft en er voor elkaar bent als het nodig is. Dat is een fantastisch gevoel.

 

Wil komt binnen en schuift aan bij ons gesprek.

Ik geef aan dat er veel mensen zijn die gezelligheid zoeken, leuke dingen samen willen doen, maar niet zo bewust bezig zijn met persoonlijke ontwikkeling. Ik vraag of dat herkend wordt.

Wil geeft aan dat ze vindt dat mijn verwachtingen vrij hoog liggen, en dat ik mijn doelen van tevoren formuleer. Ik weet inderdaad welke ingrediënten ik belangrijk vind in een vriendschap en kies daar bewust voor, die kwaliteit wil ik graag ervaren.

‘Ik ben nooit een vriendschap aangegaan met een doel in mijn hoofd. Ik zie wel hoe de klik is en hoe het na een tijdje voelt. En bij sommigen mensen loop je een tijdje samen op en heb je het fijn samen en kun je veel delen en op een bepaald moment groei je weg van mekaar of de een groeit weg en de ander blijft stilstaan. En dan heb je nog wel een goed gevoel bij die persoon, maar je vindt het er niet meer. Dat gebeurt vaak en een doodenkeling blijft.’

Er moet vaak een gemeenschappelijke factor zijn waardoor je elkaar leert kennen. Mijn twee goede vriendinnen kwamen bijvoorbeeld via mijn Adoptieclub en via een vriendschapsinitiatief op mijn pad. Dat was de eerste ingang. Maar later klikten wij heel sterk door onze persoonlijkheden, hoe we tegen de wereld aankeken en ons intelligentie- en ontwikkelingsniveau. Deze vriendschappen blijven daardoor ook, omdat ze gebaseerd zijn op ons innerlijk en onze waarden. Dat veranderd op onze leeftijd niet meer. Bezigheden wellicht nog wel maar daar zijn deze vriendschappen ook niet op gebaseerd.

We komen tot de conclusie dat de dynamiek van een vriendinnenfamilie net zo kan zijn als met je eigen familie. En dat de vrijheid die je hebt bij een vriendschapsfamilie groter is dan met een eigen familie. De verplichtingen die we kunnen voelen op verjaardagen en feestdagen kunnen we overslaan als we dat willen. Je hebt geen bloedband en het kenmerk van die vriendschapsrelaties is hun vrijheid.

“Als er een bloedband is ervaren jullie dan wel een verplichting?’

‘Nou naar mijn ouders toe voel ik wel een verplichting. Je gaat naar je ouders toe, uit loyaliteit, en ik hou toch van ze, ondanks alles wat er gebeurd is. Ik denk dat het ook is, dat als ik daar binnenkom, dat ik mijn eigen hoofd zie, maar dan van 84 jaar oud. En dat is dan een spiegel waar je in kunt kijken.’

Wil besluit met ‘niemand is alleen op de wereld, iedereen heeft invloed, ook relaties die stoppen, dat heeft allemaal consequenties, ook in je vriendenkring. In ieder fase van je leven komen er nieuwe mensen. Sommigen zijn blijvertjes maar de meesten niet.’

Advertenties

Dankjewel voor je waardevolle reactie. Deze wordt gescreend vóór publicatie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s