26e ontmoeting – ‘Vriendschap en liefde zijn het allerbelangrijkste in mijn leven’


 

De mahonie houten plafondventilators draaien rond, het is lente en de warmte is in aantocht. De goud gele art deco lampen en Jugendstil sfeer is adembenemend. Hotel American is de plek waar ik Lina vandaag tref. We zitten aan het grote raam en hebben uitzicht op de prachtige fonteinen, die trots hun water omhoog spuiten.

Voor mij zit een vrouw met heel lang dik donker haar, dat ze in een vlecht heeft en tot aan haar bips reikt. Heldere sprankelende licht grijze ogen die mij nieuwsgierig aankijken. Ze doet haar lippenstift opnieuw op, want ze is nog buiten adem van haar fietstocht. Wat zweetdruppeltjes plakken nog op haar voorhoofd, die ze resoluut wegveegt met de palm van haar hand. Ze landt.

‘Ben je er klaar voor?’ vraag ik, terwijl ik twee glazen bruisend water inschenk.

Als ik zeg familie, wat roept dat bij jou op?’

‘Heel veel emotionele druk, veel gezelligheid, verwachtingen, schuldgevoel, dus een heleboel.’

‘Wat bedoel je met emotionele druk?’

‘Nou ik heb een hele kleine familie, mijn hele familie is uitgemoord tijdens de tweede wereldoorlog, en alleen mijn oma en moeder zijn daar levend uitgekomen en mijn oom. Dat heeft ervoor gezorgd dat er een super hechte band is tussen die drie.’

‘Mijn oma is toen gescheidden van haar man en toen werd de emotionele druk van mijn oma naar mijn moeder nog groter.’

‘Hoe zag dat er dan uit?’

‘Mijn moeder durfde haar vleugels niet uit te slaan, omdat ze haar moeder niet alleen durfde te laten. Ze voelde zich totaal verantwoordelijk.’

‘En dat heeft mijn moeder ook weer overgedragen op mij.’

Ik zeg dat dit vaak van generatie op generatie wordt overgedragen, die onderstromen in familiesystemen en ik vraag haar welke uitwerking dat op haar heeft allemaal.

‘Een moeder die alles van mij wil weten, elk detail en dat is niet gezond. En ik had met mijn vader een super goede band en dat was echt mijn maatje. Ik trok meer naar mijn vader. Mijn broer trok meer naar mijn moeder. Mijn vader is een dromer. Mijn moeder regelt alles en heeft alles onder controle.’

‘Stel dat je die familie nu niet zou hebben, hoe zou je dan je sociale leven regelen?’

‘Nou dan zou ik heel doelbewust in vriendinnen gaan investeren. Dan zou ik mensen uitnodigen en hele hechte vriendschapsbanden aangaan. Maar eigenlijk doe ik dat al. Ik heb ooit gedacht dat vriendschappen stabieler zijn dan relaties tot ik heel erg verliefd werd op een man en dat weer anders ging ervaren. Maar vriendschappen zijn wel heel belangrijk voor mij.’

‘Maar wellicht ligt het aan mij, maar mijn vriendinnen zijn behoorlijk claimend. Ze willen alles van mij weten, maar ik wil ook alles van hen weten. Tralalala interesseert mij niet. En als je vragen stelt, kun je ook vragen terug verwachten.’

Dit claimende zit ook in haar familie, met name in de band die ze met haar moeder heeft. Dat komt ook weer terug in haar band met vriendinnen.

‘Ik vind het ook heel moeilijk om mensen los te laten.’

Ik vraag waarom ze dat moeilijk vindt.

‘Ik wil ze niet kwijt, ik wil ze bij mij houden in mijn leven. Omdat ik anders alleen ben en mij eenzaam voel. Daar heeft het direct mee te maken. Bang om alleen te worden gelaten. Daarom heb ik ook de neiging om te gaan pleasen.’

‘Waardoor je wellicht je grenzen niet goed bewaakt?’

‘Ja, dat is het psychologisch patroon vaak,’ zeg ze.

Ik vraag haar welke gevolgen dat heeft.

‘Ik heb het voortdurend te druk, volle agenda en soms spreek ik drie dingen per dag af en dat kan niet meer op onze leeftijd, en ik wil het ook allemaal zien, voelen en beleven. En ik wil ook echt weten hoe het met de ander gaat, en daar gaat veel energie in zitten.’

Ik vraag haar of ze dat niet zou willen veranderen, die dynamiek met vriendinnen.

‘Ja, en ook met mijn dochters. Door wat luchtiger met dingen om te gaan. Ik vind het moeilijk om nee te zeggen, om iemand teleur te stellen.’

‘Het is ook liefdevol naar jezelf om de grens te bewaken, en de ander weet dan ook tot hoever die bij jou kan gaan. Continu je eigen grens overschrijden is doodvermoeiend,’ zeg ik.

Ze vertelt ook opgevoed te zijn met de gedachte, dat als je iets wil krijgen van de ander, dat je het eerst zelf moet geven en investeren.

Bij mij roept dat de vraag op of het willen ontvangen dan de beweegreden is om te geven.

Ik vertel dat mijn uitgangspunt in vriendschap is om van elkaar te leren en te groeien, dat het die diepte nodig heeft. En dat dit niet met een grote groep mogelijk is.

‘Misschien vraag je wel teveel van mensen?’

‘En wat vraag ik dan wat teveel is?’

‘Diepgang, die sommige mensen niet kunnen geven,’ zegt ze.

‘Je kunt mensen toch ook gewoon aardig en lief vinden?’ met een verbaasde blik kijkt ze mij aan.

‘Ik kom alleen maar aardige en lieve mensen tegen, die zijn er bij de vleet maar dat is niet wat leidt tot een gelijkwaardige vriendschap,’ vul ik aan.

‘Het project gaat ook naar de kern van mensen. Waar ze vandaan komen, welke uitwerking dat op hen heeft, en wat ze daarin ervaren ten aanzien van vriendschappen. Die insteek legt heel snel bloot wie mensen zijn en hoe ze in het leven staan. Gelijkwaardigheid en op eenzelfde ontwikkelingspunt in het leven staan, elkaar zien, aanvoelen en begrijpen, gelukkig zijn en energie brengen is wat ik hoop te ontmoeten. Ik wil geen drama in mijn privéleven.’

‘Ja, ik heb ook ervaringen met vriendinnen waarin ik zag dat ze helemaal niet (meer) bezig waren met waar ik mee bezig ben, zo berekenend, zo koud en koel, en die wil ik niet meer in mijn leven hebben,’ zegt ze.

‘Mensen kunnen ook weggroeien van je, zodanig veranderen, dat ze echt niet meer in je leven passen en je elkaar niet meer begrijpt,’ iets dat ik een paar keer meemaakte, de laatste jaren, laat ik haar weten.

Ik vertel haar eerlijk dat ik nu in een fase van mijn leven zit, dat ik alleen nog privé in mensen wil investeren waar ik echt een gevoel bij heb dat we elkaar werkelijk wat te brengen hebben, gelijkwaardig, en dat dit ook heel vanzelf gaat. Ik eet mijn zalige pompoensoep met smaak op.

‘Maar het kan heel pijnlijk zijn voor mensen die niet op jouw ‘niveau’ zijn en daar wel naar willen reiken, maar dat niet aankunnen en die raken jou wel kwijt en dat vind ik wel heftig,’ zegt ze.

‘Maar het verschil tussen jou en mij is wellicht, dat ik niet bang ben om alleen te zijn, en ik ook goed emotioneel voor mijzelf wil zorgen, dat ik ook naar eigen wensen en behoeften kijk, wetende dat ik in vriendschappen een erg loyaal en warm mens ben, en als we echt gelijkwaardigheid hebben, dan gaan we jaren samen mee.’

‘Ja, dat is het verschil tussen jou en mij. Ik ben ook nooit alleen, mijn kinderen zijn er ook altijd.’

‘En jij zorgt er ook voor met je drukte dat je nooit alleen bent,’ ik knipoog naar haar.

‘Maar sommige momenten alleen ken ik wel,’ oppert ze. ‘Als je niemand kunt bereiken op een niveau waar je het echt in wil, dan ben je alleen.’

‘Dat bedoel ik dus precies Lina. Je kunt soms bij mensen zijn en je heel alleen voelen omdat je geen herkenning en begrip ervaart. Je niet gezien en gehoord wordt. En dat heb ik mijn hele jeugd moeten ontberen. Ik wil in mijn privéleven iets anders. Wezenlijke verbindingen wil ik aangaan.’

Lina vertelt dat ze vrienden op verschillende niveaus heeft. Met die ene word ze dronken. Met de ander ligt ze in een logeerbed. Met die gaat ze naar de film. Met die gaat ze naar het tuincentrum om plantjes te kopen.

‘Wat zou het voor jou betekenen om geen relaties te hebben in je leven?’ vraag ik haar.

‘Dan zou ik doodgaan,’ klinkt het intens.

“Vriendschap en liefde zijn het allerbelangrijkste in mijn leven,’ haar brede glimlach bevestigt dat.

‘Ik hoor bij jou dat je moeite hebt met grenzen aangeven en dat dit ten koste van jou en je rust gaat?’

‘Ja, ik haat grenzen. Ik wil dat iedereen vrij en blij, gelukkig en vrolijk is. Ik vind dat heel moeilijk, grenzen aangeven.’

‘Want wat denk je dan dat er gebeurt, dat ze je in de steek laten?’

‘Ja, dat ze mij niet interessant genoeg vinden, daar komt Lina weer met haar gezeik, denk ik dan. En het heeft ermee te maken dat ik graag geliefd wil zijn.’

‘Nou, en stel je voor dat je qua eigenliefde helemaal vol zit, dan hoeft het ook niet meer van buitenaf met grote vrachtwagens aangevoerd te worden, toch?’

‘Ja, maar ik hou van grote vrachtwagens vol met grote emoties en het drama hé.’

Ze loopt haar vriendinnenlijst in haar telefoon door en zegt bij elke naam dat het ook drama is en lacht: ‘het zijn heerlijke mensen.’

‘Ik hou er niet van als mensen niets hebben, en alles geweldig is, en alles onder controle hebben. Dat voelt niet echt en vind ik saai en dat irriteert mij.’

Lina zegt: ‘Leef!’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Dankjewel voor je waardevolle reactie. Deze wordt gescreend vóór publicatie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s