28e Ontmoeting -‘Familieloos en het gemis van mensen die er voor jou zijn’


Met de pont achter Amsterdam Centraal steek ik over naar de aanlegsteiger waar ik uitstap om naar Loetje aan het IJ te lopen. De dag is zonnig en warm, ideaal om elkaar te treffen op het terras en elkaar wat beter te leren kennen.

“Ik wil graag een vriendengroep hebben die als familie voelt omdat ik geen familie heb en daar soms zo zat van ben. Het gevoel gedragen te worden, dat er mensen voor je zijn is helend, gevend en voedend om vandaar uit te kunnen groeien.”

Dat was wat ze mij toestuurde toen haar aanmelding binnenkwam om aan mijn project te willen deelnemen. Het raakte mij door de intensiteit die ik eronder dacht te voelen. Ze wilde waarde en creatie toevoegen aan mijn boek. Dat ze ook prachtig schrijft kon ik lezen op haar persoonlijk betoog www.bitterling.nl waarin ze gedichten schrijft over liefde en verdriet. Ik kreeg zowel een sensitief als doortastend beeld van haar, een combi die ik mooi vind.

‘Hoe zit dat met jou en familie Marjolein, heb ik dat goed ingeschat die intensiteit?’

‘Ja, ik zit wederom in dezelfde familieloze omstandigheden, en het gemis van mensen die er voor je zijn. Ik heb familie gehad tot mijn 10e, toen zijn mijn ouders gescheiden. Ik kan mij herinneren dat we wel eens gingen logeren bij neven en nichten, maar dat was allemaal ineens afgelopen. Ik bleef bij mijn moeder wonen maar de helft van de familie was ineens weg, dat heb ik wel gevoeld. Daarna heb ik mijn vader en de familie van mijn vader nooit meer gezien. Dat is echt een hechtingsissue, geen familie hebben. Nu in therapie is dit weer een item.’

Ik vraag haar of ze de eerste jaren van haar leven wel een gezonde hechting heeft gehad met haar moeder en vader.

‘Toen ik geboren ben wel, denk ik, ik werd in een grote familie geboren op een boerderij, en mijn moeder woonde in en er waren allemaal ooms, dus de eerste drie jaar wel, en daarna gingen mijn ouders uit de boerderij naar de stad. Ik heb zes weken in het ziekenhuis gelegen, niemand heeft me ooit verteld waarom. Flarden herinner ik me, familieleden gaven mishandling aan, maar ik weet het niet, ik kom er nog steeds niet achter, ook niet via regressie.

‘Sindsdien was het huwelijk tussen mijn ouders niet meer goed . Mijn moeder ging toen overleven, was vaak weg van huis en mijn vader begon met drinken, veel drinken.’

‘Heb je behoefte om dat verder uit te zoeken?’ vraag ik.

‘Nee, ik wil het ook niet weten, soms is het beter om iets niet te weten. Mijn overlevingsmechanisme denk ik.’

‘En wat ik nog steeds van mensen hoor in mijn omgeving is dat ik dat nog steeds doe, het “overleven, op mijn hoede zijn”. Terwijl ik dat niet echt bewust weet en mij dit niet realiseer, een blinde vlek dus.’

‘Indien je je relatiegeschiedenis onder de loep neemt kun je veel te weten komen,’ zeg ik en knipoog naar haar.

‘Dat moet ik nog wel gaan doen denk ik, ja.’ Familieopstellingen bijvoorbeeld, ik doe dat in mijn coachingtraject maar niet bij mijzelf, ja, moet wel maar ik durf er niet aan, terwijl ik weet dat het zo helend kan zijn. Ik heb het tijdens mijn opleiding wel geleerd en gedaan, maar heel instrumenteel, zonder te voelen, zonder het toe te laten, zonder de overgave daarbij. Gewoon het goed doen, goed cijfer halen en op naar de volgende therapeutische interventie.’

‘Mijn moeder kreeg na de scheiding een nieuwe vriend, mijn stiefvader wat niet boterde met mij, en ik was toen veertien, en toen voelde ik mij in de steek gelaten.  Mijn moeder koos voor hem. En hij heeft mij het huis uit gezet op mijn zestiende. Toen ben ik op kamers gaan wonen. En mijn broertje zat in een internaat. Mijn vader heb ik nooit meer gezien. Ik kon nergens heen, paniek, waar kan ik wonen. Waar ben ik veilig, waar mag ik zijn? Ik kwam bij een pleeggezin, heb nog bij familie gewoond, was zwervend in mijn bestaan. Ik ging niet naar school, alleen voor tentamens en dat ging goed. Het is goed gekomen hoor, ik heb gevochten en gestreden en heb een stevige carrière. Maar die pijn van waar ben ik veilig, die blijft.’

‘Dat gezin van herkomst klinkt niet echt warm Marjolein. Familie is geen garantie voor die basisveiligheid. Het is je opleiding, in liefde, in vertrouwen, in hechten. In die familie begint je opleiding. Als mensen vastlopen vraag ik altijd “van wie ze dat geleerd of gezien hebben”. En dat is bijna altijd te herleiden naar het gezin van herkomst.’

Ze heeft de opleiding tot hypno- en relatietherapeut gedaan, en haar afstudeeropdracht was – burn-out in relatie tot hechtingsproblematiek -. Geen grenzen stellen, geen nee zeggen, erkenning en waardering willen van de werkgever, niet gezien worden vanuit je hechtingsproblematiek, niet veilig voelen. Dus altijd op zoek naar veiligheid, valse veiligheid weliswaar, als die ander mij maar accepteert, als ik er maar mag zijn.

‘Dus ik heb vanuit de vier hechtingstijlen een link gelegd naar burn-out,’ vertelt ze.

‘Interessant, ja ik studeer al 40 jaar psychologie, een grote passie en ook komt dat terug in mijn huidige missie en vak.’

‘Waarom ben jij in die richting gaan studeren?’ vraag ik haar.

‘Ik vond het altijd interessant. Het komt natuurlijk uit een pijn voort. Toen ik twaalf was las ik al boeken van Freud en Jung. Op de Havo schreef ik werkstukken over psychische kindermishandeling en zelfmoord bij tieners. Iedereen vond het zulke zware onderwerpen, maar dat was voor mij niet zo. Het was de verdieping in mij die ik nodig had. Wat is er aan de hand en wat speelt er allemaal. Later werd mij geadviseerd om niet die psychologie opleiding te gaan volgen, omdat ik dan teveel mijn eigen issues zou tegenkomen. Dat was het advies van mijn RIAGG therapeut waar ik jaren bij ben geweest. Zonder hem was ik er niet  meer geweest en dan te bedenken dat er nu zo bezuinigd wordt op geestelijke hulpverlening, schandalig en met name onder jongeren is het leed zo groot en hulp zo minimaal mogelijk.’

‘Maar je kunt toch in je eigen helingstraject en supervisie je eigen issues doorwerken en zo teveel tegenoverdracht in werk voorkomen?’

‘Ja, dat wist ik toen niet. Maar ik ben, toen ik 40 werd toch integratieve psychotherapie gaan studeren,’ ze lacht.

‘En na de HAVO Personeel en Organisatie op de Sociale Academie, wat meer zakelijker, maar wel met de mensgerichte verdieping. Dus ik heb altijd die interesse gehad. Verdieping in mijzelf, verdieping in de ander. En mijn zoektocht. Nog steeds.’

‘Waar ben je nu nog naar op zoek?’

‘Naar het stukje hechting en hoe relaties nou eigenlijk werken. Het boek van Norwood – als hij maar gelukkig is – beschrijft dat ook. Ik heb zoveel van mijzelf weggegeven.’

‘Ook voor die bevestiging en die liefde?’ vraag ik.

‘Ja, als ik maar niet afgewezen wordt. Als ik er maar mag zijn. Alles daarvoor gedaan. En dan wordt je uiteindelijk toch nog afgewezen. En wat zegt dat over mij?’

‘Nou op zoek gaan naar je eigenliefde. Het laten groeien van je eigen vervulling.’

Ze vertelt daar nu aan te beginnen. Ze zit midden in haar echtscheiding.

‘En dan word ik in november al 50,’ haar stem klinkt enigszins vermoeid terwijl ze dat zegt.

‘Nog alle ruimte voor die tweede helft van je leven,’ zeg ik vanuit aanmoediging én geloof.

Ze vertelt dat ze heel hard had gewerkt en daardoor lang geleden een burn-out kreeg. Altijd maar goed willen doen, bungelend aan je bestaan, met de vraag mag ik er zijn vandaag?

‘Toen ik dacht dat het niet goed zou komen, wilde ik twee maanden vrij nemen, maar mijn werkgever stond dat niet toe, en toen nam ik ontslag en ging 2,5 maand naar Canada om met de indianen allerlei ceremonies te doen, om te helen en verdieping te zoeken. Ik heb gereisd en gewandeld. Daar heb ik in trance mijn kind gezien en haar weer omarmt en dat mag ik nu weer doen.’

‘Ja, het is goed om de stilte op te zoeken en belangrijk om de relatie met jezelf echt aan te gaan,’ beaam ik.

‘Nu denk ik dat ik tijdens die reis toch ook dingen heb laten liggen. Want in elke levenscyclus word ik er toch weer mee geconfronteerd.’

‘Dan is de reis naar binnen nog niet diep en lang genoeg geweest Marjolein. Maar het is zeker mogelijk om je wonden te helen. Ook al kom je dan ook tragische gevoelens en gebeurtenissen tegen. Maar het is zeker mogelijk om daar doorheen te gaan en er geheeld en sterk uit te komen. Maar dan moet je het echt willen.’

‘Ik wil het zeker aangaan. Maar ik heb verschillende hulpverleners gehad en dan word ik wat sceptischer.’

‘Begrijpelijk ook, maar ik kan je zo verwijzen naar twee rotten in het vak, ik stuur je dat straks graag toe. En het is ook de bereidheid dat je je durft over te geven aan die ander. Het kan zoveel verschil gaan maken voor de kwaliteit van je leven en innerlijke rust.’

‘Ja, want nu ik in scheiding lig, heb ik het gevoel wéér een familie te verliezen. Ik had weken lang hardkloppingen, paniek en angst, en was compleet van de kaart. Ik kon niet meer slapen en eten en heb dagenlang op een stoel gezeten. Echt een half jaar lang duurde dat. Ik kreeg weer de pijnen die ik als kind ook had. Ik ben nu dan ook gediagnosticeerd met dubbel trauma.

‘Ja, daar zit dan nog onverwerkt verdriet onder van je opgelopen trauma’s in je kinderjaren wat zich nog steeds fysiek laat horen.’

Ik vraag haar, nadat ze twee glazen wijn bij de bar heeft opgehaald, hoe ze überhaupt bij mijn project uitkwam.

‘Nou ik was volgens mij op zoek naar een groep op facebook van familieloze mensen. En het grappige is dat mijn twee beste vriendinnen ook allebei familieloos en Norwood gevalletjes zijn.’

‘O, dus je trekt het wel aan,’ zeg ik.

‘Ja, dus we hebben elkaar gevonden, en dan is er wel een soort van basisveiligheid bij elkaar. En wij zien dingen bij elkaar, de kramp die we soms hebben om toch contacten aan te gaan, of die grenzen verleggen om toch maar geaccepteerd te worden. Kramp om in contact te komen met familie en vrienden, die eindigt in de pijn van het niet kunnen verbinden en afstand nemen, om geen pijn van verlies te ervaren, wat dan juist wel gebeurd. Het overleven stopt nooit.’

‘Ik denk dat de basisveiligheid die het allerbelangrijkste is, dat dit de veiligheid in jezelf is. Dan is de omgeving minder belangrijk en kun je op jezelf bouwen. Want mensen vallen soms weg, of verdwijnen uit je leven. Dat is een natuurlijk proces dat niet tegen te houden is. Als je daar rekening mee houdt, dan kun je het ook als onderdeel van ontwikkeling en evolutie zien,’ zeg ik.

Ter afsluiting hebben we het over ‘doe-vrienden’. We komen erachter dat wij die nauwelijks hebben. Op die -doelaag- is er geen verdieping en werkelijke inhoud. We hebben daar geen behoefte aan. Het gaat om de kwaliteit van het contact, het gesprek. Je gedachten en gevoelens kunnen delen. Begrip vinden en een luisterend en steunend oor. De kroegvriendin, de sportvriendin, daar zitten we niet op te wachten.

Het gaat ons beiden om de verdieping. Dat je binnen een minuut weer het goede gesprek hebt. Dat je elkaar weet te raken, vanuit betrokkenheid en ontroering. En dat je echt iets weet toe te voegen aan elkaars leven. En dat je elkaars verhaal wil horen. En af en toe een arm om elkaar heenslaat.

 

Advertenties

Dankjewel voor je waardevolle reactie. Deze wordt gescreend vóór publicatie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s